|
|
|
2003-08-24 - 2:13 p.m. De Kromstaf Toen Paus Pius IX in 1853 in Nederland vijf Bisdommen instelde, deed hij dat niet helemaal vanuit het niets. Er waren nog resten van de organisatie van de katholieke kerk zoals die in 1559 door Philips II in de Nederlanden was ingevoerd en er bestond nog een bisschoppelijk bestuur van de Roomsch-Katholieke Kerk der Oud-Bisschoppelijke Clerezij, nu bekend is de Oud-Katholieke Kerk. Dit alles maakte dat het herstel van de kerkelijke hiërarchie in Nederland niet zonder problemen verliep. Conflicten tussen wereldgeestelijken en leken waren aan de orde van de dag en ook het imago van de Nederlandse katholieken was niet bepaald positief, zoals beschreven wordt in de verzameling kerkhistorische studies met de titel Staf en Storm, het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland in 1853, actie en reactie die vorig jaar onder redactie van Jurjen Vis en Wim Janse werd gepubliceerd. Op de golven van een dergelijke chaos van oude en nieuwe hiërarchie was het voor de Nederlandse Rooms-katholieken, niet gemakkelijk om tot een positief collectief zelfbeeld te komen. En het was maar zeer de vraag of dat ooit zou lukken. Toch was er enige hoop. Want in ieder geval hadden katholieken met het jaartal 1853 een heus ijkpunt, een soort jaar nul van het herstel van de Bisschoppelijke Kromstaf, waaraan zij bespiegelingen over hun identiteit konden koppelen. Dat gebeurde ook. Katholieken emancipeerden zich en drukten ook in politiek opzicht hun stempel op de Nederlandse samenleving. In 1953 werd in het Utrechtse voetbalstadion dan ook triomfantelijk en massaal honderd jaar Kromstaf gevierd. Het was tijdens dat grootse gebeuren dat Kardinaal De Jong aangaf wat naar zijn idee voor de Nederlandse katholieken van belang was: Ik kan niet nalaten met de meeste nadruk erop te wijzen, dat het bewaren van de eenheid op elk terrein van het openbaar leven [..] noodzakelijk en onmisbaar is [...]. Derhalve, dierbare gelovigen van Nederland, blijft één, blijft één. De wens van Kardinaal De Jong is niet uitgekomen, zoals afgelopen week bij de viering van 150 jaar Kromstaf duidelijk werd. Er is geen eenheid onder de Nederlandse katholieken. Ze vormen nog maar een kleine groep. Klein en divers en wederom op zoek naar een eigen identiteit. Het is maar zeer de vraag of zij er goed aan doen zich bij die zoektocht te laten leiden door de vertegenwoordigers van de Kromstaf. Daar valt naar alle waarschijnlijkheid niet veel van te verwachten. Dat blijkt wel uit de uitlatingen die Kardinaal Simonis onlangs deed in VolZin, het opinieblad voor geloof en samenleving. Katholiek zijn is volgens de bekende kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder dat je als gelovige aan de opvattingen van paus en bisschoppen meer gewicht toekent aan je eigen opvattingen. Waarom? Omdat deze geestelijken een directe voorzetting zouden zijn van Petrus en de elf. Zij hebben de waarheid in pacht. Want, zoals Simonis stelt, iets is niet waar omdat de paus of Simonis het zegt. Nee, de paus en Simonis zeggen iets omdat dat waar is. Het gaat daarbij niet om een subjectieve waarheid, maar de waarheid is werkelijk objectief. Van interpretaties wil de kardinaal uit Utrecht niets weten en van de studie van narratieve structuren heeft hij klaarblijkelijk nog nooit gehoord, zoals hij zelf min of meer aangeeft met de opmerking: Het fundament van mijn exegetische scholing aan het Pauselijk Bijbelinstituut was textus, textus, textus: het gaat om wat de tekst ons te zeggen heeft en niet om je eigen subjectieve hersenspinsels. Uit de waarheid volgt volgens Simonis ondermeer dat het streven naar oecumene verkeerd is Hoe kun je anno 2003, nu toch met zo'n krakkemikkige theologie aankomen? In een reactie op Simonis stelde Henk Baars, voorzitter van de Acht Mei Beweging, dat de woorden van de kardinaal getuigen van een ontkenning van de gegroeide werkelijkheid in kerk en samenleving van de laatste 35 jaar. Daar lijkt het zeker op. Hoe kunnen de woorden van Simonis anders worden opgevat als absolute minachting voor de Nederlandse katholieken en een ontkenning van de ontwikkeling die zij hebben doorgemaakt? De kardinaal negeert precies datgene waar de Nederlandse katholieken trots op zouden mogen zijn en waar zij hun identiteit aan kunnen ontlenen. Daarbij kan gedacht worden aan de stormachtige en creatieve ontwikkeling die het katholieke geloof eind jaren zestig en in de jaren zeventig in Nederland doormaakte. Aan de wellicht kleine maar desalniettemin interessante groep katholieken die vanaf de jaren zestig aansluiting zocht bij verschillende vernieuwings en bevrijdingsbewegingen. Aan de dagen waarin het katholieke geloof zich werkelijk ontwikkelde, als gevolg van het door het Tweede Vaticaans Concilie geïnspireerde Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout (1968-1970) dat de gewone parochiaan stimuleerde om in alle vrijheid zijn mening te vormen en te verwoorden over allerlei verschillende kerkelijke en actuele thema's. Aan de pogingen om de kerk in handen van de gelovigen te geven. Aan de scherpe, actuele theologie zoals die bijvoorbeeld door de dominicaan Schillebeeckx werd ontwikkeld. Aan de oprichting en belangstelling voor de unieke Acht Mei Beweging die door kritische katholieken werd ingesteld tijdens het bezoek van de paus aan Nederland in 1985. Deze geschiedenis, de andere kant van de geïdealiseerde geschiedenis van het Rijke Roomse Leven, wordt anno 2003 door de curie volledig afgekeurd en zelfs in een kwaad daglicht gesteld. Nederlandse katholieken mogen er van hun kerkelijke leiders niet trots zijn op dat verleden en mogen dientengevolge ter ontwikkeling van hun identiteit niet zoeken naar oecumene en nieuwe vormen van priesterschap (getrouwde priesters, vrouwen) en Eucharistie. De opmerkingen van Simonis hierover zijn, zoals Baars terecht opmerkt, beledigend voor het merendeel van katholieken die als vrijwilliger een kritisch zelfbewustzijn ontwikkelden en in dialoog met het gezag wilden zijn. Kortom, de curie brengt eigenhandig de identiteit van de katholieken om zeep. De Kromstaf gebiedt slechts dociele gehoorzaamheid. Een soort gehoorzaamheid die ieder modern mens zal beschamen, een soort gehoorzaamheid die ieder initiatief doodt en zeer gevaarlijk is. Als dit zich voortzet zal 200 jaar Kromstaf slechts reden tot schaamte zijn. En, al zijn het natuurlijk wel een beetje rare vogels, dat hebben onze Nederlandse katholieken nu toch ook weer niet verdiend.
|