Get your own
 diary at DiaryLand.com! contact me older entries newest entry

2003-05-11 - 3:34 p.m.

De retoriek van het beest

In 1852 nam Harriet Beecher Stowe het met haar Uncle Toms Cabin op tegen de slavernij. Door middel van haar roman sloeg zij een emotionele brug tussen haar westerse publiek en de slaven. Dat deed zij door de slaven af te schilderen als christelijke uitdragers van burgerlijke waarden, compleet met het daarbij behorende streven naar romantische liefde en eerbare opvattingen over gezinsleven. “Kijk, ze zijn precies zoals wij”, was haar boodschap. Die viel in goede aarde. “Mensen zoals wij mogen niet blootgesteld worden aan de gruwelen van de slavernij”, dacht men.

Geďnspireerd door het succes van Beecher Stowe werden in de negentiende eeuw een aantal andere tearjerkers gepubliceerd. Een aantal daarvan namen het op tegen dierenmishandeling. De bekendste is Black Beauty van Anna Sewell, door de schrijfster zelf aangeduid als “Uncle Toms Cabin voor paarden”. De paarden in het boek zijn zo menselijk mogelijk. Ze reflecteren over hun leven en lijden en dragen eveneens burgerlijke waarden uit. Sewell wilde met Black Beauty vooral vrouwen aanspreken. Het leed van het paard Ginger dat door een paar jongens tegen haar zin wordt getemd, gehalsterd en bereden, appelleerde aan vrouwen die zich maatschappelijk in de zelfde onderdrukte positie bevonden. Sewell ging dus een stapje verder dan Beecher Stowe. Zij vergeleek menselijk slachtofferschap met dierlijk slachtofferschap.

De goeroe van de hedendaagse dierenbevrijders, de Australische filosoof Peter Singer, schrijver van het steeds herdrukte Animal Liberation uit 1975, gaat nog weer een stapje verder. Hij stelt dat vrouwen, homoseksuelen en Afro-Amerikanen gelijke burgerrechten eisen, omdat zij zich gelijkwaardig achten, ondanks dat zij anders zijn dan witte heteroseksuele mannen. Niet gelijkheid maar de gelijkwaardigheid van hun anders zijn, is hun uitgangspunt. Met name deze onderdrukte groepen zouden volgens Singer moeten begrijpen dat dieren zich in dezelfde positie bevinden. Dieren zijn anders maar wel gelijkwaardig aan mensen. Wie dat niet begrijpt maakt zich volgens Singer schuldig aan ‘speciecisme’, discriminatie op grond van soort. Hij waarschuwt vrouwen, homoseksuelen en Afro-Amerikanen dat zij zich maar beter achter de strijd voor dierenbevrijding kunnen scharen. Doen zij dat niet dan hebben ze, inconsequent als ze dan zijn, voor hun aanspraak op gelijke rechten geen poot meer om op te staan.

Als ik dat lees denk ik: “Donder op, met je populisme. Ik laat me niet in een door jou gecreëerde categorie duwen omdat het jou zo goed uitkomt. Met al je geredeneer blijf je zelf ongemerkt buitenschot. Je bent een witte patriarchale wolf in politiek correcte schaapskleren”. Maar ja, als ik dat zeg, dan vergelijk ik Singer met een dier. En in dergelijke vergelijkingen ligt nou juist het probleem in de discussie over dierenexploitatie. Vergelijkingen worden gemaakt om identificatie te bewerkstelligen. Ze nemen evenwel verwarrende vormen aan. Dat bleek afgelopen zaterdag weer in Heerde waar een stille tocht werd gehouden voor het vee dat is geruimd ten tijde van de mond- en klauwzeercrisis. Tijdens een afsluitende bijeenkomst op de hei vergeleek de hoogleraar B. Smalhout de afgelopen MKZ-crisis met de Tweede Wereldoorlog. De werkwijze van de medewerkers van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees stelde hij gelijk aan die van SS’ers.

Waar Smalhout een vergelijking maakt tussen mensen en daarmee impliciet tussen van varkens met joden, hield de zanger Robert Long vorig jaar de gemoederen bezig door de bio-industrie onomwonden met concentratiekampen te vergelijken en de varkensfokkers met concentratiekampbewakers: “Wat Dachau was voor de joden, is de vleesindustrie voor de varkens. Met dit verschil dat de concentratiekampen en geleid en in stand gehouden werden door een soort mensen die (sic.) je gerust varkens zou mogen noemen. Beestachtige zwijnen”.

Hier begint de verwarring. De slachtoffers van de bio-industrie worden met joden vergeleken, de varkensfokkers met kampbewakers en die weer met varkens. Long ziet dat er iets in zijn redenering niet klopt: “Hoewel die benaming [varkens] onjuist is, want varkens zijn sociale dieren” stelt hij. Maar verhelderen doet hij zijn vergelijking tussen beestachtige mensen en menselijke beesten niet. Een en ander wordt nog gecompliceerd door het feit dat Long op de website van de Stichting Varkens in Nood ook nog eens een vergelijking maakt tussen de slachting van varkens en de kruisiging van Christus. Dat werd in de negentiende eeuw ook gedaan door de tegenstanders van vivisectie, met alle antisemitische associaties van dien. Jo

Dergelijke vergelijkingen leiden volgens mij niet tot een beter begrip in de discussie over dierenleed. Ook de wetenschappelijke medestander van Long, de hoogleraar Frank Ankersmit lost dat niet op. In het Historisch Nieuwsblad van vorig jaar december stelde hij: “Wat de Duitsers maakte tot passieve toeschouwers bij de jodenmoord en de SS-ers tot Hitlers willing executioners, dat zijn dezelfde mechanismen die ons doen vergeten hoezeer een bepaalde mix van technologie, bureaucratie, wetenschap, industrie en transport een andere modernistische massamoord [die op varkens] mogelijk maken”.

Dat kan wel zijn maar ik blijf het onsmakelijke, gevaarlijke en onnodige vergelijkingen vinden. Niet omdat Ankersmit voorbij gaat aan de romantische retoriek die het antisemitisme ondersteunde. Dat is een andere discussie. Nee, ik vind de vergelijking onsmakelijk, omdat sommige mensen er niet van gediend zijn met dieren te worden vergeleken. Niet omdat zij dieren minder vinden maar omdat hun voorouders ermee zijn vergeleken met allerlei ellendige gevolgen van dien. Zij kunnen er niet zeker van zijn dat negatieve associaties met dierlijkheid niet langer bestaan. Gevaarlijk, omdat er de arrogante gedachte achter ligt dat ieder weldenkend mens tegen de bio-industrie is en het dus maar moet verdragen dat er voor de strijd tegen dit kwaad postmodern en modieus gegoocheld wordt met zijn identiteit en geschiedenis. Onnodig, omdat recente studies zoals De aap en de sushimeester van bioloog Frans de Waal, over cultuur van dieren, meer aanknopingspunten bieden voor vergelijkingen tussen mens en dier en daarmee voor identificatie en een heldere discussie over de bio-industrie. Dit zonder dat over de rug van mens en dier, ten behoeve van de spelletjes van de retorisch begaafde bęte humaine, Christus, de Holocaust en de SS worden aangeroepen.

 

previous - next

about me - read my profile! read other Diar
yLand diaries! recommend my diary to a friend! Get
 your own fun + free diary at DiaryLand.com!